De Raad van bestuur bestaat (sinds de Algemene Vergadering van 28 januari 2012) uit 10 leden, namelijk:
| Voorzitter | Herwig De Lannoy |
| Ondervoorzitter | Raphaël De Smedt |
| Secretaris | François Van der Jeught |
| Adjunct-secretaris | Jan Meutermans |
| Penningmeester | Axel Vaeck |
| Raadsleden | |
| Marcel Kocken | |
| Jean Paul Peeters | |
| Bart Stroobants | |
| Jeroen Van der Auwera | |
| Willy Van de Vijver |
Afgevaardigen van de Kring in het Stedelijke Commissie voor het Mechels Cultureel Patrimonium (Stedelijke Commissie voor Monumentenzorg):
| Karel Beeck | |
| Paul Delbaere | |
| Els Van der Jeught |
Afscheidsredevoering van Paul De Win als voorzitter
Na ruim acht jaar voorzitterschap, besliste Paul De Win de fakkel door te geven. Op onze Algemene Vergadering van 29 januari 2011 hield hij zijn afscheidsspeech. Omdat die redevoering een beeld geeft van het beleid van de voorbije jaren en een blik op de toekomst werpt, geven we de tekst hier weer.
Geachte Bestuurs- en Raadsleden van de Kring,
Dames en heren,
Een snikhete zomerdag in 2001, 25 augustus 2001 om precies te zijn. Een zaaltje in het voormalige Groot-Seminarie. Op verzoek van de toenmalige voorzitter Aloïs Jans werd aldaar een bijzondere bestuursvergadering gehouden. Op die vergadering gaf Aloïs Jans te kennen dat hij de voorzittershamer definitief uit handen gaf op de eerstvolgende Algemene Vergadering eind januari 2002. Van de bestuurs- en raadsleden werd verwacht dat ze een opvolger zouden aanwijzen.
Normaliter had de toenmalige - en huidige - ondervoorzitter, Dr. Raphaël De Smedt, hem moeten opvolgen, maar die zag dat niet zitten: hij had op dat ogenblik de leiding gekregen van de Koninklijke Bibliotheek van België en hij sukkelde met zijn gezondheid.
Bovendien waren er in het bestuur twee facties, die elkaars tegenpool waren: enerzijds degenen die gewoon wilden voortdoen zoals voorheen en anderzijds - de jongere garde (hoe kan het ook anders) - die een radicale koersverandering voorstond. Als een kandidaat uit één van deze facties zou komen, was de kans groot dat de hardlines van de andere factie uit het bestuur zouden stappen. Als raadslid behoorde ik tot geen van beide facties, maar had ik goede contacten met elkeen.
Ik was vóór die bewuste bestuursvergadering door Raphaël De Smedt en door enkele andere bestuursleden aangezocht om het voorzitterschap op mij te nemen. Ik hoor u al denken: als twee honden vechten om een been, loopt de derde er mee heen.
Nu kan ik u met de hand op het hart verzekeren dat ik als "derde hond" niet bepaald happig was om die taak op mij te nemen, want Aloïs Jans deed als voorzitter zowat alles en bovendien nagenoeg alleen: de redactie van de Handelingen, opmaak van het mededelingenblaadje (voor wie langer dan 10 jaar lid is: toen nog een stenciltje met de activiteiten op de voorzijde en doorgaans een heiligenleven op de keerzijde), het secretariaat en het beheer van het geld van de Kring, de zoektocht naar sprekers en auteurs, enz.
Bovendien was ik weliswaar een geboren Mechelaar (om precies te zijn: 9 maand in de buik en 9 maand erbuiten alvorens mijn ouders naar de rand van Brussel verhuisden), maar geen 'getogen' Mechelaar. Ik ben er nooit naar school geweest en heb er niet gewoond, geleefd, gewerkt. Ook op wetenschappelijk gebied valt Mechelen buiten mijn historisch interessegebied; op dat vlak ben en blijf ik een Brabander van het 'aloude hertogdom' (en zoals u weet behoorde Mechelen daar niet toe).
Wel had ik al enkele lezingen gegeven voor de Kring en was ik al enkele jaren raadslid van de Kring, maar raadsleden werden - en worden - in de eerste plaats gekozen in functie van - wat we nu zouden noemen - de netwerking van de Kring. Bij mij was dat omwille van mijn link met de Gentse universiteit en het universitaire wereldje en mijn wetenschappelijke reputatie.
Teneinde de continuïteit te verzekeren en het bestuur in de gelegenheid te stellen om een valabele opvolger van Aloïs Jans te zoeken, ging ik uiteindelijk akkoord met een mandaat van twee jaar. Ik hoopte toen oprecht dat ik op het einde van dit mandaat het voorzitterschap in handen kon geven van een echte Mechelaar. Ik heb me dan ook steeds beschouwd als een overgangsfiguur.
U kent het vervolg: uiteindelijk heeft het me meer dan 8 jaar gekost om een valabele opvolger te vinden. En ik ben ervan overtuigd dat ik die effectief gevonden heb in de persoon van Herwig De Lannoy, de tweede ondervoorzitter van de Kring, licentiaat geschiedenis, professioneel op dit ogenblik actief als directeur van het Davidsfonds, auteur van verschillende bijdragen over de politieke en socio-culturele geschiedenis van Mechelen en sedert enkele jaren mijn ‘co-piloot’ als mederedacteur van de Handelingen en het Mededelingenblad. Bovendien berust het secretariaat al enkele jaren in de bekwame handen van François Van der Jeught. De opvolging is dus verzekerd.
Daarnaast is er voldoende geld in kas om het nog enkele jaren uit te zingen, op voorwaarde dat hetzelfde beleid van matigheid wordt aangehouden.
Ik neem dus met gerust gemoed afscheid als voorzitter en bestuurslid, al blijven mijn echtgenote en ikzelf nog lid, zelfs werkend lid van de Kring. Met gerust gemoed. Jawel, maar ook met grote opluchting, want het was geen sinecure om in de voetsporen te treden van een voorzitter die het woord "delegeren" blijkbaar niet kende. Ik heb er veel tijd moeten insteken, vooral als redacteur (later mederedacteur) van het jaarboek en het Mededelingenblad. Nu de opdracht is vervuld, voel ik me een héél klein beetje (laten we bescheiden blijven) Cincinnatus, u weet wel: de legendarische Romeinse boer die in hoge nood door de Romeinse senaat voor 6 maand tot dictator werd gekozen, maar die al na enkele weken naar zijn ploeg terugkeerde nadat hij Rome had gered. Alleen heeft het bij mij wel wat langer dan 6 maanden geduurd.
Mijn afscheid komt trouwens juist op tijd, want dit jaar wordt het 125 jarig bestaan van de Kring gevierd. Ik voel me te weinig Mechelaar om als voorzitter de feestelijkheden te leiden of te organiseren van een Kring die ten bate van Mechelen in het leven is geroepen en zich ook vrijwel uitsluitend aan Mechelen en haar geschiedenis heeft gewijd, en dat ook verder wil blijven doen. Die eer laat ik aan echte Mechelaars.
Vandaar ook dat ik op 3 augustus 2010 in een schrijven aan alle Bestuurs- en Raadsleden van de Kring heb laten weten dat ik mijn taak volbracht achtte en mijn mandaat als beëindigd beschouwde.
Ik heb mijn best gedaan gedurende die 8 jaar om de Kring naar beste vermogen te 'managen', te moderniseren en 'performanter' te maken.
Uiteraard heb ik dat niet alleen gedaan: het was teamwerk, in de eerste plaats met de bestuursploeg, maar ook met enkele ‘werkende leden’, allen vrijwilligers. En hier wens ik toch speciaal twee mensen bij naam te noemen; zij boden spontaan hun diensten aan bij mijn aantreden: Frans De Smedt, die (nog steeds) zorgt voor de lay-out en de verzending van het Mededelingenblad, en Dr. Walter Van Hemeldonck, die gedurende enkele jaren zijn taalkundige expertise ter beschikking heeft gesteld voor het nalezen en corrigeren van teksten.
En we hebben samen wel wat gerealiseerd in die 8 jaar:
- de statuten en het huishoudelijk reglement werden herzien;
- bij het bestuur van de Kring heb ik ab initio alle bestuurs- en raadsleden betrokken; alle beslissingen werden collegiaal genomen op maandelijkse bestuursvergaderingen, waarvan ook steeds een schriftelijk verslag werd opgemaakt, dat aan alle bestuurs en raadsleden werd toegezonden;
- het aspect vereniging werd versterkt door na elke lezing in het Stadsarchief aan de aanwezigen een kleine receptie aan te bieden, wat toelaat informeel met elkaar en met de spreker contact te hebben;
- de obligate Algemene Vergaderingen groeiden uit tot een boeiend drieluik, een jaarlijks hoogfeest voor de Kring, met een lezing en een receptie;
- het Mededelingenblad werd tot een volwaardig ledenblad uitgebouwd;
- de Handelingen werden in een nieuw kleedje gestoken qua uitzicht en lay out en de drukkosten werden sterk gereduceerd; inhoudelijk werd het wetenschappelijk peil hoog gehouden en bovendien kregen de leden qua volume meer dan waar voor hun geld met niet zelden twee afleveringen per jaargang;
- en last but not least: er werd een website opgestart, die qua vormgeving en gebruiksvriendelijkheid overal lof oogst.
Bovendien gebeurde dit alles niet bruusk, maar geleidelijk én in samenspraak.
Mechelen is een stad met een rijk verleden en een prachtig - soms nog wat onderschat - patrimonium, zowel roerend (denk maar aan de rijkdom van het Stadsarchief en het Aartsbisschoppelijk archief) als onroerend. Mechelen is bovendien de laatste jaren als het ware herboren en uitgegroeid tot een bruisende en fleurige stad, waarvoor ik een welverdiende pluim geef aan het stadsbestuur. Misschien wordt Mechelen in de nabije of verdere toekomst zelfs de hoofdstad van Vlaanderen, wie weet. Mechelen heeft immers vele troeven in handen. En bovendien zou dan worden aangeknoopt bij het verleden, toen ze gedurende enkele decennia hoofdstad van de Nederlanden was.
Als Kring hebben we steeds geprobeerd om een waardevolle bijdrage te leveren aan de luister van Mechelen en haar verleden. Ik ben ervan overtuigd dat de Kring dat ook in de toekomst zal blijven doen.
Het ga de Kring goed!
Nog één laatste wens voor de aantredende voorzitter en de bestuursploeg: blijf het motto van de Kring getrouw: van dit tot beter!
Met dank voor uw aandacht.
Paul DE WIN
uittredend voorzitter
Paul DE WIN (° 1952) is licentaat rechten (Universiteit Antwerpen) en licentiaat geschiedenis (Universiteit Gent) en promoveerde in Gent in 1989 met de grootste onderscheiding tot doctor in de rechten. Hij is momenteel hoofd van de dienst Adel en Ridderorden (Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken), griffier van de Raad van Adel en secretaris van de Consultatieve Commissie voor het toekennen van adellijke gunsten en voor het verlenen van eretekens van hoge graad. Naast enkele wetenschappelijke boeken verzorgde hij tientallen artikelen en biografische notities in wetenschappelijke uitgaven en tijdschriften in binnen- en buitenland, in hoofdzaak over de adel en de hogere kringen in de Bourgondische periode enerzijds en over rechtsarcheologie en het oude strafrecht anderzijds. Van begin 2002 tot de jaarvergadering in januari 2011 was hij voorzitter van de Kring, (mede)eindredacteur van de Handelingen en hoofdredacteur van het Mededelingenblad.
